§ Atelier — sinds 1792
Zeven generaties dakwerkers uit Ninove
B.V. Petrus De Vos & Zoon bestaat sinds 1792. Dit is hoe een dakdekkersbedrijf uit de Denderstreek meer dan twee eeuwen dezelfde naam bleef dragen — en waarom het uitgerekend kerktorens ging doen.
1792
Het begin
In 1792 begint in Ninove het dakwerk dat vandaag nog altijd de naam De Vos draagt. Het is het jaar waarin de Oostenrijkse Nederlanden op hun eind lopen en de Denderstreek nog een landbouwstreek is van hoeves, pachthoven, kapellen en kerken — gebouwen met steile daken in stro, pan en lei, die om de zoveel jaar de hand van een dakdekker vragen.
Van dat eerste atelier is weinig papier bewaard, maar wel het beroep zelf: het doorgeven van de dekking, het gereedschap en de klantenkring van vader op zoon. Die overdracht is zeven generaties lang niet onderbroken, en is de reden waarom dit bedrijf zijn stichtingsjaar mag vermelden.
19de eeuw — 1957
Zeven generaties, hetzelfde gebaar
Doorheen de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw blijft het bedrijf wat het was: een familiebedrijf van dakdekkers dat werkt in en rond Ninove. Pannen en leien, goten in zink, herstellingen na storm. Het werkgebied groeit mee met de wegen: Aalst, Geraardsbergen, Denderleeuw en de dorpen daartussen.
Wat er in die generaties wél verandert, zijn de materialen — van stro naar gebakken pan, van houten goot naar zink — en de schaal van de opdrachten. Wat niet verandert, is de manier van werken: opmeten, zelf uitvoeren, en de naam op het werk durven zetten.
1957
Petrus De Vos en de keuze voor het torenwerk
In 1957 neemt Petrus De Vos het bedrijf over. Hij legt de koers vast die het bedrijf tot vandaag onderscheidt: specialisatie in kerk- en torenwerk. Waar veel dakwerkers bij woningen blijven, kiest hij voor het werk waar niemand graag aan begint — hoog, blootgesteld, in oude structuren en met materialen die vakkennis vragen.
Die keuze bepaalt de uitrusting, de opleiding van de ploeg en het soort opdrachtgever: kerkfabrieken, gemeenten en beheerders van historische gebouwen in plaats van enkel particulieren.
1960 — 1980
Torens, spitsen en klokkenstoelen
In de decennia na de overname wordt torenwerk het handelsmerk van het huis: leien torenspitsen, koperen bekledingen, loodwerk rond galmgaten en herstellingen aan houten klokkenstoelen. Werken op tientallen meters hoogte, vaak boven een dorpsplein dat ondertussen open moet blijven.
Openbare aanbestedingen
Van familiewerf naar bestek
Met het torenwerk komt het werken via openbare aanbestedingen: bestekken, meetstaten, erkenningsklassen en opleveringen in fasen.
Onze erkenningen — vermeld onderaan elke pagina — laten toe in te schrijven op overheidsopdrachten voor dak-, lei-, zink- en koperwerken.
Vandaag
Natuurlei, gebakken pan en koper
Vandaag ligt de kern van het werk bij drie materialen: natuurlei, gebakken kleipan en koper. Daarnaast doen wij het volledige dakwerk dat daarbij hoort — gebinte, dakisolatie, onderdak, zinkwerk, goten en platte daken in EPDM of bitumen.
De ploeg werkt zonder onderaanneming voor het eigenlijke dakwerk: de man die komt opmeten, staat ook op het dak. Dat is geen verkoopargument, het is de enige manier waarop een naam van 1792 nog iets betekent.
Verder lezen
Onze specialisatie in kerk- en torenwerk staat uitgebreid beschreven op de pagina torenwerken en kerkdaken.
Het leidekkerswerk waarmee het bedrijf groot werd, leest u bij leien daken, en de uitgevoerde werken komen op realisaties.
Werk voor een huis met geschiedenis?
Stuur ons de plannen of een paar foto's — u krijgt een eerlijke prijs en een realistische planning.